Rondom ons huis ziet het landschap er al prachtig uit. Vanaf de weg maar ook vanaf de bospaadjes die er hier en daar lopen. Het mooie uitzicht blijft boeien in alle jaargetijden. Optrekkende mist geeft een spectaculair gezicht. Sneeuw en ijs geven een sprookjesachtige aanblik. Over twintig tot dertig jaar zal het uitzicht minder worden. De aangeplante coniferen(Sapin) zullen dan een flinke hoogte bereiken. De grote eiken die er hier en daar staan, maken indruk. Rechts beneden voor het huis van de buren staat een 500 jaar oude eik. Hij is ongeveer net zo breed als hij hoog is.
Dit natuurreservaat telt wel 1000 bronnen. De naam van het plateau verwijst daarna en niet naar 1000 koeien. Het plateau ligt ten noordoosten van Bourganeuf en is zeker de moeite waard. Ook in de winter, het klimaat is wat extremer, het landschap toont dan vaak haar karakteristieke beeld. De ruigere vegetatie heeft haar eigen kleuren en is vaak ongerept.
Limoges dankt haar bekendheid vooral aan de porselein industrie, ontstaan eind 18e eeuw. Zij produceert niet alleen serviesgoed, maar ook kunst en siervoorwerpen. In en rond Limoges zijn diverse porseleinfabrieken te bezichtigen en het Musée National Adrien-Dubouché in Limoges is een waar paradijs voor porselein liefhebbers. Deze grote stad(170.000 inwoners) is natuurlijk een bezienswaardigheid op zich. De stad dankt zijn bestaan aan een doorwaadbare plek in de Vienne en twee trapsgewijs geplaatste plateaus waardoor de stad goed te verdedigen was, zo ongeveer tijdens de eerste eeuw voor Christus.
De wijk La Cité is hoog gelegen en kijkt uit op de Vienne. Het is de oudste stadswijk van Limoges, maar niet meer het hart van de stad.. Hier zijn een aantal bezienswaardigheden te zien. Zoals de cathedrale St-Etienne en Musee municipal de l’Eveche(musse de l’email). Dit museum is ondergebracht in het bisschoppelijk paleis. De bijbehorende tuinen zijn ook een bezienswaardigheid.
De wijk Le Chateau vormt nu het eigenlijke stadscentrum. Hier vinden we ook de winkelstraten. Een aantal kerken is hier een bezichtiging waard. Een aparte vermelding verdient de Village de la Boucherie. De straatjes worden gekenmerkt door hoge huizen en aardige pleintjes met een schilderachtige aanblik. Bekijk ook het kleine kapelletje in de Rue de Boucherie. In deze straat bevonden zich vroeger de vele slagerijen van de stad. In deze straat bevinden zich enkele uitstekende restaurants.
L’Amphitryon heeft een Michelinster. Maar voor €27 eet je tussen de middag fantastisch tussen de chique van Limoges. Zorg dat je er tijdig bij bent. Er naast ligt Les petits Ventres. Hier bieden ze naast het diner ook een prijsvriendelijke en kwalitatief uitstekende lunchformule.
Een bijzonder restaurant is Le Chapon Gourmand, gelegen in de rue Delescluze 30. Hier lunch je voor weinig geld zeer uitgebreid. Maandag gesloten en op vrijdag en zaterdag ook diner. Niet chique maar prima authentiek eten, waaronder veel traditionele Franse schotels.
De overdekte markthallen zijn een bezienswaardigheid op zich. In de ochtend is het hier heel levendig. De koopwaren zijn van een hoge kwaliteit maar soms wat prijzig. Zelf zijn we er graag want de versproducten zien er onweerstaanbaar uit. Je kunt er overigens voor weinig geld lunchen in één van de twee restaurants die aan de rand van de hallen zijn gevestigd. Het kan er wel druk zijn. Het grote plein dat aan de hallen grenst, is een prima plek om een terrasje te bezoeken.
Wie wil winkelen moet Galerie Lafayette niet overslaan. Met name op het gebied van kleding is er veel te vinden.
Het Musee National de la Porcelaine Adrien-Dubouche verdient natuurlijk zeker een bezoek. Porcelein en emaille hebben de stad tenslotte beroemd gemaakt.
Wij komen hier soms om boodschappen te doen bij La Carrrefour, maar ook om wat te eten of op een terrasje te zitten. In het centrum is een plein met horeca en een mooie gerestaureerde toren(Tour Zizim). Het stadje is niet groot maar wel heel relaxed. Wie een huis in de omgeving wil kopen, kan hier ook goed terecht. Er zijn vier makelaars. De markt op woensdagmorgen is altijd gezellig. Je kunt er prima een stukje kaas kopen.
Hotel Restaurant Les Chevalier, 12 Rue Verdun is naar onze mening het beste restaurant in Bourganeuf. Wij eten er vaak alleen een twee persoons hoofdgerecht(Pièce de Limousin, een groot stuk vlees van de streek). Daarbij een karaf rode huiswijn. Vlak om de hoek zit pizzeria La Strada. Pizzeria du Stade aan de rue Champ du Mars in Bourganeuf is echter beter en gezelliger. De prijzen schelen niet veel. Achter kun je overdekt buiten zitten. Op een hoek aan het central plein, kun je bij Mezzanine op het terras zitten en niet te duur eten.
Dit is een prachtig oud en karakteristiek stadje, hoog gelegen en met de Maulde aan haar voeten. In de oude straatjes is het plezierig wandelen; er zijn leuke winkeltjes en terrasjes. Een van de mooiste iets grotere plaatjes in de omgeving. De bebouwing oogt wat chiquer dan die van Bourganeuf, waardoor het plaatsje ook wat bezienswaardiger is.
Verfijnd eten doe je in het restaurant Hotel Le Grand Saint-Leonard in de Avenue du Champs de Mars. De prijzen liggen wel een stuk hoger. Ook hier eet je eenvoudiger, maar goed en goedkoop tijdens de lunch. Het interieur doet wel wat oubollig aan. Goedkoop lunchen kan bij Gay Lussac in de Rue Victor Hugo. In het centrum te vinden. Wij drinken graag een glas op het terras van Café des Sports. Er tegenover zit een eenvoudige pizzeria, waar je vooral de pizza’s kunt meenemen.
De oude romaanse kerk stamt uit de 12e eeuw en is de belangrijkste bezienswaardigheid. De plattegrond van de middeleeuwse stad is nog goed herkenbaar. De ring van boulevards is aangelegd op de plaats van de voormalige ommuring. Aan de noordwestkant zijn er nog karakteristieke oude huizen te vinden. Daarvoor moet je wel de stadskern uit in de richting van Limoges.
Een stukje buiten St. Leonard bevindt zich de oude drukkerij Le Moulin du Got. Hier kun je rustig een tijdje rondkijken en een rondleiding met demonstraties meemaken. Zeer de moeite waard!
Op het grote plein, waar je kunt parkeren, bevindt zich ook de Office de Toursime. Haal hier wat folders op.
Ook dit is een mooi oud stadje met karakteristieke bebouwing en mooie pleintjes. Het stadje ligt aan de rivier de Vienne. Er zijn regelmatig leuke markten. De broccante op 14 juli is daar een goed voorbeeld van.
Indrukwekkend. Hier moet je zijn geweest!
Aan het einde van de tweede wereld oorlog hebben de Duitsers dit plaatje verwoest. De bewoners zijn op een enkeling na, allemaal vermoord op een gruwelijke manier. De Franse overheid heeft van deze plaats een openlucht museum gemaakt. Dit stadje ligt er vrijwel onaangeroerd maar goed onderhouden bij. Heel veel is nog herkenbaar. Zoals de auto’s uit die tijd. Als je er rondwandelt, kun je het verleden voelen en de gruwelijkheden die daar zijn gebeurt.
De aanliggende begraafplaats met bijbehorende monumenten, versterken je gevoelens nog verder.
Er wordt geen entree geheven. Er is een informatiecentrum.
In 2011 heeft de regering het onderzoek opnieuw geopend om achter de reden te komen waarom de Duitsers de inwoners van dit stadje hebben uitgemoord. Er zijn meer theorieën.
Iets verderop ligt het hergebouwde plaatsje. Dit plaatsje ziet er heel saai uit. Je kunt er wel een glas drinken op een terras.
In deze kleine gemeente met ruim 100 inwoners in de omgeving van Aubusson staat een bijzonder kerkje. De hele kerk is door een moderne kunstenaar van fresco’s voorzien. Ook de glas-in-loodramen zijn de moeite waard.
Dit mooie stadje is zeker een bezoek waard. Liefhebbers van muziek kunnen er in de zomer terecht voor een muziekfestival. Aubusson is echter vooral bekend om de fraaie tapijten die er worden gemaakt. Ze zijn te bezichtigen in het plaatselijke museum(Musée Départemental de la Tapisserie). Je kun ook een van de bedrijven bezichtigen die rondleidingen verzorgen, zoals Manufacture Saint-Jean. Hier is ook te zien hoe antieke tapijten worden gerestaureerd.